Planop 3 voor Planop 2 gebruikers

In deze tekst geven we een beknopt overzicht van de belangrijkste verschillen tussen versie 3 en versie 2 van Planop. Dit is vooral interessant voor wie al vertrouwd was met Planop 2.

De wijzigingen hebben zowel betrekking op de methode als op de gebruikte softwaretechnologie.

Methode

Kansenbronnen worden scenario’s

In Planop 2 was de naam van de kansenbron een vast onderdeel van de oorzakenboom van scenario’s. In Planop 3 wordt niet meer gewerkt met kansenbronnen maar spreken we van scenario’s. Die kunnen een willekeurige titel hebben, los van de onderdelen van de oorzakenboom. Men heeft dus alle vrijheid om een naam te kiezen die het scenario in de overzichtslijst met scenario’s het best typeert. Elk scenario heeft bovendien een vrij te kiezen veld (“Type”) dat kan gebruikt worden om scenario’s te groeperen en om zo structuur te geven aan de overzichtslijst van alle scenario’s.

De vrije naam en de indeling van scenario’s in groepen (via het veld “Type”) maakt dat men meer (en dus eenvoudigere scenario’s) kan definiëren en tegelijk toch nog overzicht en structuur in de lijst met scenario’s kan behouden.

We raden de gebruikers dan ook aan om eenvoudige scenario’s op te stellen met zo weinig mogelijk EN-poorten en OF-poorten. De werkwijze in Planop 2 stuurde de gebruiker eerder in de richting van vertakte, meer complexe scenario’s. Deze bleken echter moeilijker op te stellen en te lezen. De suggestielijsten in Planop 3 werden volgens diezelfde filosofie aangepast: een groter aantal, eenvoudigere scenario’s. In vele gevallen bestaat de oorzakenboom uit één onvertakte keten van gebeurtenissen.

Om het opstellen van de oorzakenbomen te vergemakkelijken werden volgende wijzigingen doorgevoerd:

  • geen opgelegde oorzaken (vroeger zaten “effect” en “kansenbron” in de boom)
  • een maatregel kan ook het initiëel element zijn (vb controlemaatregel)
  • OF en EN poorten worden anders voorgesteld: de presentatie is nu meer “poort”-achtig
  • slechts één eindgebeurtenis per scenario, zodat het volledige scenario in één scherm kan worden weergegeven (in Planop 2 waren 2 schermen nodig)

Bij de conversie worden kansenbronnen met meerdere eindpunten omgezet in meerdere scenario’s. In dat geval wordt in de scenario naam de naam van de eindgebeurtenis opgenomen.

Variabele scopes

In Planop 2 bevonden kansenbronnen en vrijzettingsstappen zich steeds op het niveau van een onderdeel. Dit leidde tot veelvuldige herhalingen.

In Planop 3 kan je scenario’s koppelen aan een meer flexibele scope: aan een onderdeel, maar ook aan een sectie, een installatie, of zelfs een willekeurige set van secties en onderdelen. Hierdoor is het onderscheid tussen installatie, sectie en onderdeel niet meer relevant, zodat alle componenten van de breakdownstructuur van de installatie nu allemaal “sectie” heten.

Voordelen: meer algemene scenario’s mogelijk, betere definitie van het toepassingsgebied en vooral minder herhaling.

Bij de conversie wordt de ganse installatiestructuur overgezet naar secties. De kansenbronnen worden scenario’s op het niveau van de geconverteerde onderdelen.

De invoering van het begrip “veiligheidsfuncties”

Het concept van de veiligheidsfuncties werd overgenomen van de informatienota van de Seveso-inspectiediensten over het uitvoeren van procesveiligheidsstudies (Procesveiligheidsstudies, CRC/IN/002, versie 3). Deze nota kan gedownload worden van de site van de Afdeling van het toezicht op de chemische risico’s.

Het concept van de veiligheidsfuncties laat toe om de specificatie van de maatregelen uit te voeren in 8 aparte analyses. Deze werkwijze sluit dicht aan bij de bestaande praktijken op vlak van risicostudies voor procesinstallaties.

In de praktijk brengt de invoering van de veiligheidsfuncties in Planop 3 de volgende wijzigingen met zich mee ten opzichte van versie 2.

  • Een meer strikte opsplitsing tussen enerzijds storingen en anderzijds degradaties als oorzaak van ongewenste vrijzettingen. Beide types van oorzaken maken in Planop 3 het voorwerp uit van twee verschillende veiligheidsfuncties: “processtoringen beheersen” en “de degradatie van de omhullingen beheersen.

  • De ‘rechterkant van de vlinderdas’ in Planop 2 wordt vervangen door 6 aparte analyses, namelijk de analyse van de volgende 6 schadebeperkende veiligheidsfuncties):

    • accidenteel vrijgezette hoeveelheden beperken
    • de verspreiding van vrijgezette stoffen en/of energie beheersen
    • ontstekingsbronnen vermijden
    • brandschade beperken
    • beschermen tegen explosies
    • blootstelling aan vrijgezette stoffen beperken.

De invoering van de veiligheidsfuncties heeft enkele belangrijke voordelen.

  • Nodeloze herhalingen van de gevolgen van ongewenste vrijzettingen uit onderdelen worden vermeden.
  • De complexe bomen met vrijzettingsstappen uit Planop 2 worden vervangen door meer eenvoudige scenario’s (per schadebeperkende veiligheidsfunctie).
  • Er is meer ondersteuning bij het onderzoek naar de gevolgen van vrijzettingen en bij het specificeren van maatregelen: voor alle veiligheidsfuncties zijn er immers suggestielijsten met type-scenario’s en type-maatregelen.

Bij de conversie worden de kansenbronnen automatisch omgezet naar de correcte veiligheidsfunctie op basis van het kansenbrontype. Door het totaal andere concept, is het spijtig genoeg bij de conversie niet mogelijk de oude vrijzettingsstappen op een zinvolle manier om te zetten in scenario’s.

LOPA is beperkt tot de veiligheidsfunctie “Processtoringen beheersen”

LOPA is als evaluatietechniek niet geschikt voor 7 van de 8 veiligheidsfuncties. Het niet voorzien van de mogelijkheden om LOPA uit te voeren, maakt de interface voor het opstellen en weergeven van de scenario’s bij deze 7 veiligheidsfuncties eenvoudiger.

Stoffen en reacties

Het gedeelte stoffen en reacties is in Planop 3 vooral vereenvoudigd:

  • geen aparte gevarenvelden meer;
  • geen koppeling van kansenbronnen of vrijzettingsstappen;
  • geen onderscheid tussen reacties en interacties.

Onderscheid tussen beveiligingslagen en maatregelen

In Planop 2 werden maatregelen opgenomen in de oorzakenbomen. In Planop 3 worden “beveiligingslagen” opgenomen in de oorzakenbomen. Aan elke beveiligingslaag kunnen één of meerdere maatregelen gekoppeld worden.

Een beveiligingslagen beschrijft de functie die moet voorzien worden om de keten van oorzaken te onderbreken. Bijvoorbeeld: in een scenario dat tot hoge druk leidt kan een beveiligingslaag “drukontlasting” worden ingevoegd. De concrete middelen om deze drukontlasting te realiseren kunnen als maatregelen worden gekoppeld aan de beveiligingslaag, bijvoorbeeld: veiligheidsklep X, breekplaat Y, drukmeting Z, enz.

Het voordeel is dat men alle details over de concrete implementatie van de maatregelen niet in de oorzakenboom moet opnemen, maar dat men die info kan “opgeborgen” worden “achter” de beveiligingslagen. Dat maakt de oorzakenbomen leesbaarder. Deze werkwijze laat ook toe om tijdens een Planop-studie nieuwe (nog niet bestaande) beveiligingslagen te specificeren en informatie over de implementatie later in te voeren, op het ogenblik dat de details van uitvoering (zoals de identificatienummers van componenten) gekend zijn. Tenslotte laat deze werkwijze toe verscheidene maatregelen te koppelen aan één beveiligingslaag. Een serieschakeling van een breekplaat en een veiligheidsklep met een drukbewaking van de tussenruimte is goed voorbeeld waar voor de realisatie van één beveiligingslaag (namelijk een mechanische drukontlasting) meerdere maatregelen (componenten) gebruikt worden.

Software

Het gebruik van MS Access als platform in Planop 2 had een reeks beperkingen:

  • de facto single user;
  • enkel bruikbaar op Windows;
  • verschillen tussen Access versies problematisch.

Planop 3 is een inter- of intranetapplicatie, waarbij met een webbrowser de Planop toepassing geraadpleegd wordt die op een centrale server geïnstalleerd staat.

Enkele voordelen:

  • samenwerking;
  • “publiceren” van resultaten binnen het bedrijf;
  • eenvoudiger beheer (centrale installatie, backups, ...)

Doelgroep van Planop 3 kan daarmee het hele bedrijf worden.

De architectuur is zo opgebouwd dat er een grote flexibiliteit is in de keuze van de gebruikte componenten (vb. de database-software).

Hierdoor kan Planop 3 net zo goed geïnstalleerd worden op een druk geconsulteerde webserver als op een stand-alone PC.

In de Planop applicatie zijn ook een reeks functies ingebouwd die gebruik maken van de mogelijkheden die het nieuwe platform biedt:

  • rechtenbeheer (rollen zoals editors, reviewers, visitors, ...);
  • samenwerking (berichten, opmerkingen, taken, ...);
  • publicatiebeheer (visitors zien enkel goedgekeurde informatie);
  • versiebeheer (“snapshots” in de tijd, bekijken van verschillen, etc.).